Onhandig of DCD? Coördinatie-ontwikkelingsstoornis bij kinderen

Vallen, dingen niet goed vast kunnen houden, knoeien: kinderen met DCD ontwikkelen zich motorisch anders. Dat kan tot in de volwassenheid problemen geven. Vroeg een diagnose stellen en hulp krijgen, is dan ook belangrijk voor deze kinderen.

Ontwikkelingsstoornis

DCD is een zogenaamde ontwikkelingsstoornis. Dat houdt in dat de ontwikkeling van een kind anders gaat dan normaal. Kinderen met DCD lopen achter in hun motorische ontwikkeling, waardoor het lijkt of ze erg onhandig zijn. Ze kunnen bepaalde vaardigheden niet goed leren, zoals tanden poetsen, met een lepel eten, met een bal gooien, klimmen of knutselen. Dat kan allerlei problemen geven met spelen, op school of met het maken van vriendjes. Het levert veel frustratie en boosheid op.

Hersenen ontwikkelen anders bij DCD

DCD staat voor Developmental Coordination Disorder. In het Nederlands noemen we het een coördinatie-ontwikkelingsstoornis. Ongeveer 5 op de 100 kinderen krijgt de diagnose DCD. Gemiddeld zijn kinderen 5 jaar als ze de diagnose krijgen. Het gaat vaker om jongens dan om meisjes. De diagnose wordt bij meisjes minder vaak gesteld, omdat de stoornis bij hen waarschijnlijk minder snel opvalt. Hoe DCD precies ontstaat, is nog niet helemaal duidelijk. Wel weten onderzoekers dat de hersenen van kinderen met DCD zich net iets anders ontwikkelen dan van kinderen zonder DCD.

Geen verstandelijke beperking

Alleen speciaal geschoolde deskundigen kunnen de diagnose DCD stellen. Bijvoorbeeld een orthopedagoog, kinderrevalidatiearts, kinderarts, jeugdarts of kinderpsychiater. Zij stellen de diagnose op basis van de kenmerken van DCD zoals die in de DSM-5 staat. Dat is een handboek voor psychiatrische stoornissen. De kenmerken van DCD die in de DSM-5 staan zijn:

  • Achterstand in de motorische ontwikkeling;
  • Het kind heeft veel last van de problemen;
  • De klachten beginnen al op jonge leeftijd;
  • Er is geen verstandelijke beperking of ander lichamelijk probleem dat de klachten veroorzaakt.

Weinig zelfvertrouwen

DCD komt vaak voor samen met andere stoornissen in de ontwikkeling. Denk aan ADHD, dyslexie, autisme spectrum stoornissen (ASS) of een taalontwikkelingsstoornis. Door DCD kunnen kinderen een laag zelfbeeld krijgen: ze hebben weinig zelfvertrouwen. Het is dan ook belangrijk dat ouders blijven oefenen met bepaalde motorische vaardigheden. Ook kan een ergotherapeut, kinderfysiotherapeut en/of een kinderpsycholoog goed helpen bij omgaan met DCD.

Meer informatie over DCD

Vergelijk
Revalidatie-instellingen om te vergelijken:
+ Andere revalidatie-instelling toevoegen Maximaal 3 revalidatie-instellingen